Gelezen – Niet de race, maar de reis (Jolanda Linschooten)

Enkele weken geleden sloeg ik de laatste bladzijde om van het nieuwste boek van Jolanda Linschooten – “Niet de race, maar de reis”. Net zoals met haar vorige boek, Eenzame Uren, had ik veel moeite om het boek neer te leggen. Niet alleen is Linschooten een enorm getalenteerde schrijfster die je van bladzijde 1 tot 200 geboeid houdt, met haar verhaal neemt ze je ook letterlijk mee op reis. Op dat vlak is de titel al goed gekozen natuurlijk, maar uiteraard draait het om meer dan dat. Bij haar tocht dwars door Groot-Brittanië komt ze zichzelf meer dan eens tegen en slaat haar pijnlijke verleden soms met dikke vuisten in haar gezicht. Een zelf louterende tocht, waarbij ervaringen uit het verleden moeten verwerkt worden en grenzen continu verlegd worden.

In dit boek vertelt Jolanda dus stap voor stap haar tocht van Land´s End naar John´O Groats. Een tocht van zo’n 2.000 km, die ze op haar eentje te voet aflegt. Met enkel het hoogstnoodzakelijke bij zich. Dagen dat ze 50 à 60 km aflegt door heus stormweer, pijntjes die nu en dan twijfel zaaien, maar ook heel wat vrolijke momenten zoals de dagen dat ze eventjes herenigd wordt met man en hond. Heerlijk om lezen, dat zeker en vast.

Ik kan het me niet voorstellen zoiets zelf te ondernemen. Ten eerste ben ik nogal een luxekip op een aantal vlakken. Zo heb ik liefst een bed om in te slapen, om maar iets te zeggen, tenzij ik drie dagen krom wil lopen van de rugpijn. Maar het boek van Jolanda inspireert toch wel. Je krijgt spontaan zin om in de natuur rond te gaan dwalen, te genieten van het zicht van een bergmeertje, je eventjes in alle rust terug te trekken aan de voet van een berg.

Het feit dat Jolanda zowat 50 dagen aan een stuk telkens weer op pad ging om 50 à 60 km af te leggen, met een zware rugzak en in soms extreme omstandigheden, doet mij nu telkens weer die volgende training van 1 à 2 uur stevig relativeren. Keek ik er vroeger wel eens serieus tegenop, heb ik nu meer zoiets van “wat is 2 uur eigenlijk…”.

Die insteek is de komende weken wel heel belangrijk, want het hoogtepunt van de trainingen voor de marathon van Zeeland nadert met rasse schreden. De duurlopen op zondag worden elke week wat langer. Zo mocht ik afgelopen zondag al voor 2u20 op pad, goed voor een rustige 21 km. Aanstaande zondag staat er 23 km op het programma, op het parcours van de marathon nota bene, in heel leuk gezelschap! Hoe dat verloopt, vertel ik wel in een volgend berichtje.

http://www.jolandalinschooten.nl
http://www.jolandalinschooten.nl

gelezen (maandenlang) – De Donkere Toren-reeks van Stephen King

Toen ik nog heel jong was, werd ik fan van de boeken van Stephen King. Als ik het me goed herinner, was Carrie zijn eerste die ik in handen kreeg. Daarna verslond ik zowat alles wat hij bij elkaar schreef. In de loop der jaren verwaterde mijn adoratie voor King’s boeken, vooral omdat hij de laatste tien jaar ook wel gewoon slechtere boeken schreef. Daarnaast zijn er gewoon nog een pak andere goeie auteurs en zo gigantisch veel tijd om te lezen heb ik niet altijd.

De Donkere Toren-reeks was nog zoiets dat al lang op de planning stond om eens te lezen. Als tiener had ik de eerste drie boeken, die allen in de jaren 80- begin jaren 90 al verschenen, gelezen en ik vond ze enorm fascinerend. Toen kwam eind jaren 90 eindelijk boek 4 uit – Tovenaarsglas. Om de één of andere reden kreeg ik de Engelstalige versie in handen. De vorige 3 boeken las ik in het Nederlands. Ik las in die tijd al heel veel in het Engels, maar het fantasy-Engels van de Donkere Toren-reeks was blijkbaar niet aan mij besteed. Ik verstond het boek niet, toch niet waar het werkelijk om ging. Hele verhaallijnen gingen aan me voorbij en ik legde het boek gefrustreerd naast me neer, ervan overtuigd dat het gewoon een slecht boek was en dat King zijn grip op heel het saga van de Donkere Toren was verloren.
Na Tovenaarsglas verschenen er nog 3 boeken in de reeks, maar geen één van de drie las ik.

Tot een paar maanden geleden. Met collega G. raakte ik erover aan de praat en hij bleek de ganse reeks in het Nederlands in bezit te hebben. Ik besloot me er nog eens aan te wagen en zou nu niet opgeven tot het einde! 7 boeken te gaan dus. Het eerste is een kort boek, maar naarmate de reeks vorderde, werden de boeken ook dikker en dikker, tot zo’n 800 blz per stuk. Hier ging ik dus niet op een weekje door zijn alleszins. Maar het is gelukt.

Het verhaal van de Donkere Toren speelt zich af in Midden-Wereld, een wereld die op de onze lijkt, maar is “voortgegaan”. Alle technologie heeft het begeven, de mensheid heeft het opgegeven, de wereld is dus op zichzelf “voortgegaan”. Als ik nu soms om me heen kijk, heb ik trouwens de indruk dat we zelf ook op die weg aan het gaan zijn, maar dit geheel terzijde.
Roland is de nog enige levende “scherpschutter” met nog slechts één doel in zijn leven: de Donkere Toren zien. De Donkere Toren is het middelpunt van de wereld, maar niet alleen Roland’s wereld, ook alle andere werelden (of dimensies) die errond draaien. Valt de Toren, dan houdt alles op te bestaan. En het bestaan van de Toren wordt bedreigd. Om de Toren te bereiken moet Roland duizenden kilometers reizen. In boek 2 krijgt hij hiervoor het gezelschap van 3 anderen, die hij uit andere dimensies naar zich toe trekt. Met z’n vieren vormen ze een “ka-tet”, een bondgenootschap dat onbreekbaar is. De reis die ze ondernemen vormt de rode draad doorheen de ganse reeks, met de nodige hindernissen onderweg.  Het “ka-tet” blijkt wankel en uiteindelijk eindigt de reeks natuurlijk wel met Roland die de toren bereikt, maar het einde…manman, daar ben ik nog altijd niet goed van (en ga ik hier natuurlijk niet verklappen).

De Donkere Toren-reeks is allesbehalve een makkelijk verhaal om te lezen. Ten eerste moet je er veel tijd in investeren, want het is verdorie lang. Ten tweede moet je er veel fantasie voor hebben, want het blijft een fantasy-verhaal doorspekt met romantiek en af en toe ook pure horror.
De reeks is zo lang omdat elk boek ook nog zijn eigen subverhalen heeft. Zo verhaalt deel 4 over het verleden van Roland, over zijn tienerjaren, hoe hij scherpschutter werd en hoe hij zijn geliefde verloor. Dat boek vond ik nu, bij mijn tweede lezing, trouwens één van de mooiste van de reeks.
Boek 5 – de wolven van de Calla – vertelt dan weer hoe het Ka-tet bij een volk belandt dat al generaties lang bedreigd wordt door de zogenaamde “wolven” die alle tweelingkinderen ontvoeren en zo goed als hersendood maken. Het Ka-tet riskeert lijf en leden om het volk van deze bedreiging te verlossen. Knap is wel dat dit verhaal toch een heel sterke basis legt voor de laatste twee boeken, waar het Ka-tet zijn finale deel van de reis onderneemt.

Wat me dan weer enorm stoorde aan de reeks, was dat Stephen King zelf een belangrijk personage in het boek wordt. Jep, hij speelt er zelf een rol in – als zichzelf. En hij eigent zich zelfs de rol toe van één van de magische krachten die ervoor zorgen dat de Toren blijft rechtstaan. Nou zeg. Van een hoge eigendunk gesproken 😉

De Donkere Toren-reeks is alleszins een reeks die in je kleren kruipt. De uitzichtloze tocht van het Ka-tet, de staat van de wereld, wat ze meemaken, …op het einde is het alsof je een stel vrienden verliest, gewoon omdat je zo lang met ze meeleeft. Als je dat als auteur kan bewerkstelligen, heb je gewoon een steengoed boek geschreven.

Thedarktower

 

gelezen: Brokkelkop van Conrad K. Alderman

Een beetje een gekke titel – Brokkelkop. Het slaat op de zombies die in het boek rondlopen. Geen bloeddorstige zombies zoals we tegenkomen in de films van George A. Romero of in de horrorserie The Walking Dead. De Brokkelkoppen zijn best wel, euhm, zachtaardige zombies. Alleen jammer dat hun vel zo afbrokkelt als ze ook maar een beetje beginnen te zweten.

Maar nu ga ik al iets te ver. Maar eens beginnen bij het begin: we bevinden ons in 2040, een 20-tal jaar na de Bijna-Zombie-Apocalyps. De “bijna”-apocalyps, want nadat enkele snuggere mannen doorhadden dat de zombies zo bloeddorstig en hongerig naar mensenvlees werden door het zien van de kleur roze, kon de apocalyps net op tijd vermeden worden. De kleur roze werd verbannen naar de illegaliteit, waardoor de mensheid voorgoed zich het genot tot aardbei-ijsjes zou moeten ontzeggen, maar de zombies konden wel vreedzaam naast de mensen blijven leven. Oké, ze eten alleen nog maar pizza, schuifelen wat rond en kunnen alleen maar ingezet worden voor de meest hersenloze jobs, maar zo verdienen ze toch nog hun plaatsje in de maatschappij.

In die maatschappij groeit de jonge Tiberius op. Waarom hij zo heet, wordt ook nog wel duidelijk in het boek. Tiberius is nogal een zwartgallige ietwat depressieve jonge kerel, tot één bijzondere zombie zijn pad kruist, Emma. Zij wordt met haar familie in het appartement naast dat van hem geplaatst. Het onvoorstelbare gebeurt: hij wordt er stapelverliefd op. Maar een relatie met een zombie…da’s toch vragen om problemen, niet?

Brokkelkop is geen boek voor volwassenen, wel voor de jeugd van tegenwoordig. Maar niet getreurd: ook als 40-jarige kon ik hier echt wel van genieten. Al is het door de referenties naar Star Trek (Tiberius, anyone??), Monty Python, Star Wars en zo meer, referenties die die jeugd misschien niet altijd direct doorheeft. Ik vond het alleszins een hilarisch boek, gewoon tof om te lezen. En met 188 pagina’s had ik het zo uit.

Ik moet wel toegeven dat ik hier zwaar aan belangenvermenging doe. Ik was proeflezer van dit boek, Conrad K. Alderman is het pseudoniem van mijn ventje en dit is zijn allereerste roman 😉 En natuurlijk raad ik het van harte aan iedereen aan!

Brokkelkop is momenteel via print-on-demand al te verkrijgen bij onder meer www.bruna.nlwww.yanga.nl, bij www.ako.nl en bij Amazon. Binnenkort ook bij bol.com en hopelijk ooit eens in de betere boekhandel 😉

brokkelkop

 

Gelezen – De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren van Haruki Murakami

Aaaah zomer! Een periode dat de tv en laptop met plezier eens ver buiten het zicht belanden en ik in de plaats met een boek mezelf op m’n terras nestel. Voor mijn verjaardag kreeg ik van een vriendin een pareltje in handen: de nieuwste Murakami! Het duurde nog geen dag of ik begon er gretig in te lezen, en kon niet meer stoppen…

De eerste zin van het boek trekt meteen de aandacht: ‘Vanaf juli van zijn tweede jaar aan de universiteit tot januari van het jaar daarop was er geen moment van zijn leven dat Tsukuru Tazaki niet aan de dood dacht.’ Pfoe, dat wordt zware kost, was mijn eerste idee. Niet hoor. Heel snel kom je te weten wat er misgelopen was bij Tsukuru. In de middelbare school trok hij op met twee jongens en twee meisjes. Tsukuru was letterlijk de kleurloze van het vijftal, de anderen allemaal “gekleurd” met een naam die in het Japans letter rood – blauw – zwart en wit betekenen, terwijl Tsukuru “de maker” wil zeggen. Dat vriendengroepje was zijn leven, de eenheid en samenhorigheid wordt in het boek uitgebreid beschreven. Als vijf vingers aan één hand, elk had de andere vier nodig en de andere vier waren incompleet zonder nummer vijf. Maar wat dreef de andere vier dan om Tsukuru van de ene dag op de andere zomaar uit het groepje te zetten? Plots willen ze hem niet meer zien of spreken. Tsukuru blijft alleen achter. Een gebeurtenis die hem elke zin in het leven ontzegt, tot hij zich herpakt en zijn leven alleen verderzet in Tokyo. Maar de pijn van zijn verbanning blijft, waardoor hij niet in staat is zich nog aan anderen te binden.

Ruim 16 jaar later ontmoet hij Sala. Voor het eerst wordt Tsukuru verliefd. Maar Sala merkt dat hij een zware last van het verleden meesleurt en kan hem overtuigen de oude vriendengroep weer op te zoeken. En dan vat Tsukuru zijn tocht aan, op zoek naar antwoorden. Al snel blijkt dat de werkelijkheid verschillende dimensies bevat, dat droom en werkelijkheid soms akelig dicht bijeen liggen, en dat iedereen op zijn manier de dingen beleeft en interpreteert.

Een enorm intrigerend boek waar ik eigenlijk niks negatief over kan zeggen. Het verhaal boeit en beklijft, ook al is het eigenlijk een simpel verhaal over een zoektocht naar antwoorden. Een absolute aanrader!

haruki

gelezen: 1q84 van Haruki Murakami

Vorige zomer kreeg ik 1q84 – de volledige trilogie, cadeau van één van m’n beste vriendinnetjes. Toegegeven, hij stond op een shortlist die ik haar bezorgd had. We hebben de gewoonte van elkaar jaarlijks een boek cadeau te doen voor onze verjaardag. 1q84 was op die shortlist belandt nadat ik her en der er positieve commentaren over had opgepikt.
Toen ik het boek in handen kreeg, was één van m’n eerste gedachten wel “oh shit!”. Het boek is lijvig, extreem lijvig. Had het natuurlijk kunnen weten hé: ’t zijn drie boeken gebundeld in één boek. Er leek geen beginnen aan! Net geen 1300 pagina’s , zonder prentjes (merkte onze Seppe heel opmerkzaam op). In 2013 bleef het boek dan ook nog even aan kant liggen, gezien ik nog altijd in die andere reeks met monsterlijke proporties bezig was, die van Game of Thrones weetuwel. Eind december sloeg ik daar, virtueel (want aan het lezen op e-reader), de laatste pagina van om en dan stond niets nog tussen mij en 1q84. Op 1 januari nam ik me dan voor om er echt eens in te beginnen en ik legde mezelf een deadline op: tegen 1 februari moesten de 1300 pagina’s gelezen zijn!

Om die deadline echt hard te maken, zette ik het zelfs op Facebook en ik kreeg prompt heel wat aanmoedigingen van zware Murakami-fans. Aha, die is dus blijkbaar echt wel goed! Dat gaf me moed!
1q84
Op 26 januari werd mijn doel al bereikt, een kleine week voor m’n deadline. En dat ligt gewoon aan het feit dat 1q84 een pageturner van jewelste is. Ik kon het boek amper neerleggen. Zat er overdag aan te denken en uit te kijken naar dat moment dat ik het boek weer in m’n handen kon nemen en voort kon lezen. Slechts héél zelden overkomt me dit. Murakami slaagde erin.

Nochtans is het verhaal van 1q84 niet een dusdanig verhaal dat je zegt van “wow, dit is het”. Het is zelfs een absurd vreemd verhaal dat kant noch wal raakt. En toch word je erin meegesleurd en pik je alle absurditeiten en vreemde toestanden die compleet onwezenlijk zijn en totaal niet te geloven. Het verhaal is zelfs amper samen te vatten. Maar laat ik toch maar even een poging doen.

1q84 vertelt het verhaal van enerzijds Aomame, een 30-jarige jonge fitness-instructeur, en anderzijds van Tengo, een 30-jarige eenzame schrijver/wiskundeleraar. Op het eerste zicht blijken beiden ver van elkaar te staan en elkaar ook niet te kennen. Aomame heeft echter een duister kantje, ze klust bij als moordenares. Ze vermoordt mannen die het niet zo nauw nemen met respect voor hun vrouwen en dit in opdracht van een oudere vrouw die haar er gul voor betaalt. Tengo is een brave ja-knikker die helemaal opgaat in de bewerking van een beloftevol manuscript van de 17-jarige Fukaeri. Geleidelijk aan verschuift de focus naar dit boek, waarin Fukaeri vertelt over een eigenaardige sekte waar meisjes brutaal worden verkracht. Gaandeweg krijgt het verhaal bizarre sciencefictiontrekjes wanneer blijkt dat zogenaamde Little Men op een mysterieuze manier via de misbruikte meisjes misdadige werk verrichten en overal willen infiltreren. Fukaeri is zelf een van hun slachtoffers en wil met haar boek, dat Tengo tot een bestseller heeft geredigeerd, blijkbaar waarschuwen voor de invasie van deze Little Men.
Het wordt al van in het begin duidelijk dat Aomame en Tengo onbewust naar elkaar op zoek zijn. Een verre herinnering, een intieme handdruk toen ze 10 jaar waren, duikt steeds vaker op in hun geheugen en het verlangen naar elkaar wordt groter en groter. Wanneer de oude vrouw aan Aomame de opdracht geeft de leider van de sekte uit de weg te ruimen, beginnen stilaan de levenslijnen van Aomame en Tengo naar elkaar toe te lopen.

Wanneer Aomame 2 manen aan de hemel ziet verschijnen, beseft ze dat ze zich in een parallelle wereld bevindt, die ze omdoopt tot 1q84 (ipv 1984, het jaar waarin het boek zich afspeelt). 1q84 is een wereld met die rare Little Men die de boel op stelten zet en ze wil zo snel mogelijk ontsnappen, met Tengo.
Het is die onwezenlijke zoektocht naar elkaar, doorspekt met moorden, achtervolgingen, seks en zelfs een folterscène, dat het boek tot zo’n pageturner van jewelste maakt. Het boek bevat een aantal absurde plotwendingen en toch vergeef je het Murakami. Je moet het verdorie maar kunnen hé!

Een absolute aanrader dus, als je de moed vindt om eraan te beginnen 😉

gelezen: Relentless Forward Progress van Bryon Powell

Als uitsmijter van 2013 gooi ik er nog even een korte boekrecensie bij. Gisteren finishte ik het boek Relentless Forward Progress – A guide to running ultramarathons van Bryon Powell.

Eigenlijk hoef ik hier geen recensie neer te pennen, want Martine deed dat al eens op haar blog. Wil je dus concrete info over wat er zoal in dit boek staat, kijk dan even hier.
Het was trouwens Martine haar blog die me overtuigde om dit boek te kopen. Ik ben misschien geen ultraloper, voor mij is een onderneming als de Mont Blanc Marathon wel meer dan een gewone marathon. Loop ik in een gewone marathon 4,5 uur, bij de Mont Blanc Marathon zou dat wel eens dubbel zo veel kunnen worden. De vele hoogtemeters, het feit dat je je in hooggebergte bevindt en niet in onze laaglanden, het zijn aspecten die het toch wel wat anders dan normaal maken. Daarom dat ik dit boek ter hand nam.

Wat ik vooral onthouden heb:

  • ik hoef geen schrik te hebben, mijn huidige trainingsbasis is voldoende om het avontuur in juni aan te gaan (mits ik voldoende blijf trainen natuurlijk en ook de nodige hoogtemeters train);
  • ik heb, als ik Powell mag geloven, zelfs voldoende basis om een 50 km te doen;
  • probleem is dat ik nu ook goesting heb om me eens aan een 50 km te wagen (shit!)
  • problemen qua voeding, maaglast, krampen etc…het overkomt zelfs de toppers, niet alleen stommeriken zoals ik. Experimenteren en ondervinden, da’s de opdracht. En wat voor de ene werkt, werkt niet voor de andere;
  • ultratrails lopen = deels hardlopen / deels wandelen. Niks mis mee! En je mag dus ook tijdens trainingen wat wandelen, dat hoort er gewoon bij.

Verder bevat het boek ontelbare nuttige tips, niet alleen van Powell zelf maar ook van andere ultratrailers die in het boek aan bod komen. Advies rond het uitkiezen van je eerste ultra, welke spullen mee op pad te nemen, omgaan met hitte of koude, acclimatiseren op hoogte, etc… het komt allemaal aan bod. Uiteraard staan er ook een paar schema’s in, handig om als leidraad te gebruiken als je voor een eerste keer naar een ultra toewerkt.

Top boek!

Relentless-Forward-Progress-cover-250x375

gelezen: Eat & Run van Scott Jurek

Na Run or Die van ultra-trailrunner Kilian Jornet, lag er nog een loopboek op de plank: Eat & Run van ultraloper Scott Jurek.
scottjurekScott Jurek is niet van de minsten. Vanaf midden jaren ’90 tot nu liep hij de ene overwinning na de andere op de Western States 100, hij deed een paar keer de Spartathlon, en zowat alle 100 mijlers die er in de States te lopen zijn (waarvan hij de meeste dan ook in de top 3 eindigde). Hij is nog steeds een actief ultrarunner, met recent nog deelname aan de Leadville 100 na een pauze van om en bij 2 jaar. Hij eindigde daar nu 8e, een comeback met wat horten en stoten dus.

Maar dat boek van hem dus. Ik had op voorhand al positieve en negatieve commentaren gehoord. Ik besloot er dus zeer open-minded aan te beginnen, zonder enige verwachtingen. Wel…ik vond het goed! De mix tussen het aspect voeding en het lopen was goed gebalanceerd. Wel is het een beetje onzin van na elk hoofdstuk een recept in te lassen. Die recepten interesseerden me geen bal en hoefden er voor mij zelfs niet in. Dan brengt ie beter gewoon eens een receptenboek uit.
Jurek vertelt op een zeer rustige en menselijke toon zijn verhaal, van hoe hij als kindsaf in een rol van zorgend kind werd geduwd (zijn moeder werd ernstig ziek), hoe ze als gezin de eindjes aan elkaar moesten knopen om rond te komen en zijn vader die, verbitterd door de ziekte van zijn vrouw, zijn frustraties op zijn kinderen uitwerkte en het uiterste van hen vergde. Zijn sportcarrière startte hij al skiënd, en daar leerde hij zijn soulmate Dusty kennen. Dusty bleek ook een krak in lopen en Jurek kreeg die microbe ook te pakken.
Ondertussen startte hij studies en later een carrière in fysiotherapie, om zijn moeder (zorgbehoevend door multiple sclerose) te kunnen helpen. Via vrienden begint hij zich te verdiepen in voeding en vooral het vegetarisme en later het veganisme boeien hem enorm. Zijn enige zorg is of hij met een veganistisch dieet ook wel kan ultralopen. Het leidt tot experimenteergedrag, meestal met goeie afloop. Die dieetexperimenten, zijn ervaringen met het veganisme, en de zoektocht naar plantaardige proteïnen, vormen de rode draad doorheen het boek (vandaar de titel).
Ook de liefde komt aan bod, zij het heel kort. Slechts een glimps van zijn huwelijksleven krijgen we te zien. Een huwelijk dat op de klippen loopt, maar waarom komen we niet echt te weten. Tussen de lijnen door lezen we wel dat zijn bewust solitaire bestaan als ultraloper, met al het trainingswerk, veel van huis weg zijn en vooral….een bodemloze put aan schulden, wel eens aan de oorzaak kan liggen.

Het lijkt nu wel alsof we over dat lopen zelf niks te lezen krijgen, maar niks is minder waar. Verslagen van enkele Western States 100, de Spartathlon, zijn avontuur bij de Tarahumara Indianen (beschreven in McDougalls Born to Run), Leadville 100 enz… komen uitgebreid aan bod in het boek en zijn echt fijn om lezen.
Ook de donkere kant van het ultralopen komt her en der ter sprake: de solitude, de twijfels, het zwarte gat wanneer lopen niet lukt met zelfs depressieve neigingen tot gevolg, en in zijn geval de enorme schuldenberg de eerste jaren (heel de VS afreizen om ultra’s mee te lopen, het materiaal, het gebrek aan inkomsten ondertussen…), maar ook de afgunst tussen sommige lopers onderling en zelfs vrienden die hem zijn succes niet lijken te gunnen.

Verwacht geen uitgebreide trainingsinfo om aan ultra’s te beginnen, dus op dat vlak zal de aspirant-trailrunner misschien wel wat op zijn honger blijven. Her en der komen wel wat basic trainingstips aan bod, maar het zijn maar korte intermezzo’s.

Al bij al een goed en inspirerend boek, of je nu korte afstanden loopt of lange. Ik kreeg alleszins telkens enorm veel zin om de loopschoenen aan te trekken, wanneer ik het boek ter hand nam.

eatandrun

gelezen: Run or Die van Kilian Jornet

Elke trailrunning-liefhebber kent tegenwoordig wel Kilian Jornet. Dit wonderkind breekt de laatste jaren zowat alle records en wint quasi elke belangrijke trailwedstrijd. Daarnaast loopt hij ook stevig in de kijker met zijn “Summits of my Life”-project, waarmee hij een 6-tal bergpieken en twee bergpassen in recordtempo wil bedwingen over de komende vier jaar.
Nog maar 25 jaar oud en al een palmares om U tegen te zeggen. Een eerste “biografie” kon dus niet lang meer uitblijven en die is recent verschenen onder de titel “Run or die”. Het boek is een soort van gevolg van de documentaire, Unbreakable, die gemaakt werd n.a.v. de Western States 100, een beroemde en beruchte 100 mijl-wedstrijd in de USA,  in 2010. In die documentaire is te zien hoe Jornet serieus ten onder gaat in de laatste 40 kilometer en uiteindelijk 3e werd. In dit boek lees je onder meer wat er toen gebeurd is en wat er in het hoofd van Jornet omging op dat moment, een blik achter de schermen dus.

 (Photo courtesy carrerasdemontana.com)
(Photo courtesy carrerasdemontana.com)

De titel Run or Die is niet zomaar gekozen. Het vormt de basis van een manifest dat Jornet aan de deur van zijn studentenkamer had hangen. Als je het gevoel hebt op het einde van je krachten te zitten, heb je de keuze: doorgaan of sterven. Uiteraard kiest Jornet voor het eerste.

Run or Die is een verzameling van anekdotes over diverse ultratrails die Jornet liep, waarbij we tot diep in zijn gedachtewereld mogen doordringen. Er zitten echt straffe prestaties tussen, zoals die Western States 100, maar ook een 8-daagse oversteek van de Pyreneeën, waarbij hij letterlijk tot het einde van zijn krachten ging. Tussendoor leer je ook meer over hoe hij als kind in de Pyreneeën opgroeide en als 3-jarige al zijn eerste bergwedstrijd meedeed (en als ik dan kijk naar onze 3-jarige thuis, zie ik die dat toch niet doen). Ook zijn liefdesleven komt aan bod, met name zijn eerste grote liefde, een relatie die uiteindelijk op de klippen liep…

Wat opvalt doorheen het ganse boek, is hoe competitief Jornet is ingesteld. Hij gaat voor de winst, niet meer of minder. Verder zoekt hij ook bij iedereen bevestiging, hij wil vooral weten dat hij goed bezig is, de beste is. Het getuigt van een bepaalde onzekerheid over zichzelf, iets wat hij in het boek op een bepaald moment ook grif toegeeft.
Wanneer hij een doel niet haalt, begint hij te analyseren en strijdt hij voort om volgende keer toch beter te doen.
Die onzekerheid en competitiviteit is één van de voornaamste redenen waarom zijn relatie op de klippen liep. Zijn vriendin werd wat tureluut van die competitieve instelling, gewoon gaan lopen of hiken om te genieten zit er bij hem nooit in.

Nochtans blijkt uit zijn verhaal wel dat hij, ondanks het pure competitieve, ook intens geniet van de omgeving. Hij geniet ook duidelijk van het “vrije” leven dat hij leeft, een leventje waar velen onder ons best wel jaloers op kunnen zijn.

Run or Die biedt een unieke blik in de geest van een ultratrail-runner. Enige minpuntje aan het boek, is dat het nogal slordig geschreven is en wat ongestructureerd ineenzit. Maar hé, ’t is dan ook een loper en geen professionele schrijver natuurlijk. En eigenlijk is het geheel op deze manier ook gewoon schattig (zegt het meisje in mij dat opkijkt naar haar idool ;-)).

gelezen: Inferno – Dan Brown

Na zowat 4000 bladzijden lang ondergedompeld te zijn geweest in de fantasiewereld van A Song of Ice and Fire (ofte…A Game of Thrones) van George R.R. Martin, besloot ik even een intermezzo te nemen alvorens aan het laatste boek van die reeks te beginnen. Schoonpapa had op zijn salontafel Inferno van Dan Brown liggen…ik besloot het eens te lezen.

Ik was vroeger heus wel Dan Brown-liefhebber. De boeken die voor de Da Vinci-Code uitkwamen, zijn zelfs best wel goed. Da Vinci en Het Bernini-Mysterie vond ik zeker ook nog goed te pruimen. Het gedrocht dat daarna kwam, heb ik niet meer uitgelezen. Het was dus met wat argwaan dat ik begon aan Inferno.

Laat ik bij het positieve beginnen: het boek is een pageturner. Elk hoofdstuk eindigt wel met een cliffhanger, waardoor je nieuwsgierig blijft voortlezen.

Helaas is dat het enige positieve aan het boek….Want wat is het toch eigenlijk weer een gedrocht geworden:
1) de schrijfstijl is verschrikkelijk. Zeker als je net 4000 blz de schrijfstijl van George R.R. Martin achter de kiezen hebt. Dan Brown schrijft voor een naïef kinderlijk publiek die alles met de paplepel moeten aangereikt krijgen. Het is gewoon ergerlijk.
2) het verhaal is compleet van de pot gerukt. Het verhaal draait om een gekke wetenschapper die dreigt een pandemie te ontketenen om wat aan de overbevolking in de wereld te doen. Laat dan gewoon dat virus los, zou je zo denken. Neen, hij maakt wat raadselkes rond Dante’s meesterwerk De Goddelijke Komedie zodat Dan Brown daarmee 400 blz kan vullen natuurlijk. De plotwendingen zijn soms zo vergezocht en onrealistisch dat het eigenlijk hilarisch wordt.
3) de hopeloze ellendig lange beschrijvingen van alle toeristische trekpleisters in Firenze, Venetië en Istanbul doen je vermoeden dat Dan Brown gewoon betaald werd door de lokale regeringen om reclame te maken voor hun steden. Ergerlijk is vooral dat je die toeristische verkooppraatjes door je strot geduwd krijgt, terwijl hoofdpersonage Langdon op de vlucht is voor moordcommando’s. Moest ik in zo’n geval zijn, zou ik niet beginnen mijmeren over een beeltenis van een aartsengel op één of andere pilaar of zo. Zowat 200 van de 400 pagina’s in dit boek zijn dus gewijd aan allerlei beschrijvingen van de belangrijkste monumenten in deze steden, met de historiek van a tot z erbij. Ik heb bij het lezen dus heel wat pagina’s overgeslagen (geen wonder dat ik het boek dus zo snel uit had).

Neen…dit boek is echt geen aanrader. Dat het wordt gehypet tot en met, is te danken aan de stevige marketingmachine die erachter schuilgaat. Bovendien is een verfilming al onderweg. Je zou bijna denken dat Dan Brown gewoon een filmscenario heeft geschreven, kassa kassa alleszins.

Ik ga nu nog niet beginnen aan boek 5 van A Song of Fire and Ice, maar eerst me wat in loopliteratuur storten. Volgend boek op de plank is Run or Die van Kilian Jornet. Ben benieuwd!

inferno

 

gelezen: Joyland – Stephen King -#Monschau -37 dagen

Hoera hoera, weer een nieuw boek van Stephen King uit! Maar al te gretig nam ik het in m’n handen en het werd op korte tijd verslonden. Nochtans is het geen horror of thriller deze keer. Maar de meester slaagt er toch in om er een pageturner van te maken en daar zit zijn briljante verhalende vertelstijl natuurlijk voor iets tussen.

Joyland speelt zich af in de beginjaren ’70, met als hoofdrolspeler een tweederangs pretpark (Joyland), gelegen in een klein stadje aan zee (Heaven’s Bay) in North-Carolina. Joyland wordt verteld vanuit het perspectief van het hoofdpersonage Devin Jones. Hij blikt als 60-jarige terug op zijn jeugd en tijd in Joyland en de gebeurtenissen die er plaatsvonden.

In 1973 ruilt Devin Jones zijn studentenjob in voor een vakantiejob in Joyland. Het is een zomer van eerste ervaringen voor Devin: zijn liefje heeft hem net gedumpt, hij zet zijn eerste stappen naar volwassenheid en onafhankelijkheid.
Tijdens zijn verblijf, maakt hij kennis met Tom en Erin, waarmee hij bevriend geraakt voor het leven. Ook de jonge doodzieke Mike en zijn moeder, kruisen zijn pad.
In Joyland leert Devin het “circusleven” kennen, met de illustere mevrouw Fortuna en talloze andere medewerkers die hem inwijden in het taaltje en gebruiken. Het duurt niet lang of hij hoort het verhaal van de moord die 4 jaar eerder in Joyland plaatsvond. Een jonge vrouw werd door haar vriend brutaal vermoord in het spookhuis. Sindsdien zou haar geest er rondwaren.  De dader werd nooit gevat.
Wanneer de zomer ten einde loopt, besluit Devin te blijven. Hij voelt zich thuis in Heaven’s Bay en Joyland heeft een aantrekkingskracht op hem, waar hij niet aan kan weerstaan. Door zijn periode weg van huis lijkt hij eindelijk over de breuk met zijn vriendin heen te geraken, maar toch heeft hij het gevoel dat zijn werk in Joyland nog niet af is. Hij krijgt een vaste job aangeboden om het winteronderhoud te doen, zijn studies geeft hij een jaartje op. Geïntrigeerd door het verhaal van de vermoorde jonge vrouw, gaat hij verder op onderzoek en hoopt hij stiekem haar geest tegen te komen. Maar ook de zieke Mike heeft hem in zijn greep. Heeft de jongen soms helderziende gaven? Weet hij meer over de moord en de geest die rondwaart in het park?

Wanneer je het boek in handen neemt, denk je al snel dat dit opnieuw een heus horrorverhaal is van de meester zelf. De elementen zijn alleszins aanwezig: rare mensen, een geest, een onopgeloste moord en een akelig spookhuis.  Toch is dit allesbehalve horror. Vergelijk het boek eerder met een Shawshank Redemption, The Body of The Green Mile. Een verhaal over een hoofdpersonage dat worstelt met zichzelf en zijn leven drastische wendingen ziet nemen in de loop van het verhaal. Een “coming-of-age”-verhaal, zoals men al eens zegt, met een beetje bloed, moord en mysterie erbij. Maar achteraf bezien is het dik oké dat het hierbij blijft. Je blijft met een aantal vragen achter, over hoe het Devin dan verder vergaat,  en daar zit nu ook net de sterkte van het boek in. Als auteur toch de moeilijke weg kiezen, is een kunst. Die kunst beheert King als de beste.

Joyland is op dat vlak een roman die je met plezier leest, omdat je wil weten hoe het gaat met Devin. Je krijgt heel snel een band met die jongen, omdat hij zo veel liefdesverdriet heeft en zo zoekend is naar een uitweg. En je hoopt toch echt dat ie goed gaat terechtkomen. Daarbij krijg je ook het pretpark-gevoel over je uitgestort, je waant je als het ware zelf middenin het park. Wie herinnert zich niet de bezoekjes aan kermissen en pretparken als kind? De sfeer en setting worden schitterend weergegeven, herinneringen aan vroeger komen zo naar boven bij het lezen van dit boek.

Geen doordeweekse King, maar wel eentje om te koesteren. Een aanrader!

joyland