’t Zit er op (oef)

Typisch aan een marathonvoorbereiding is dat er op een bepaald moment wat trainingsmoeheid kan optreden. Dat punt heb ik nu bereikt. Maar geen paniek, het hoort erbij. Het is wel een probleem als die moeheid al optreedt een zestal weken voor de marathon. Maar bij mij komt het op het meest ideale moment denkbaar: twee weken voor de marathon. Gelukkig mag ik nu ‘stoppen’ met trainen en beginnen taperen, ofte mijn lichaam weer tot rust brengen zodat ik over twee weken volledig los kan gaan.

De laatste lange

Vandaag stond de laatste ‘lange’ op het schema. Normaal moest ik nog drie uur m’n spieren geselen, maar dat is net niet gelukt. Ik was te moe. Niet alleen de overgang naar het zomeruur hakte er wat in vanmorgen, ik lag er ook nogal laat in vannacht na een gezellig avondje uit met wat wijn en ongezonde snacks. Die combinatie lag stevig op m’n maag vanmorgen met als extra sauske de vermoeidheid en het vroege uur en tja…het liep niet lekker. Bah. Gelukkig moest het allemaal niet zo strikt vandaag.

Na acht kilometer harken kwam ik gelukkig m’n clubgenoten tegen in ’t Domein van Hofstade en had ik al snel een babbel aan K. die me tien kilometer lang vergezelde doorheen het Domein. Daarna nog een zevental kilometer naar huis hobbelen en kijk…ik had er toch mooi 25 km opzitten, in zo’n 2u40 minuten. Dus toch bijna die drie uur gehaald, een goeie afsluiter voor deze intense trainingsperiode.

Nu dus twee weken uitbollen. Natuurlijk blijf ik wel lopen, maar qua kilometers neem ik stevig wat gas terug, kwestie van goed uitgerust in Rotterdam aan de start te staan op 9 april. Nu op dit moment kijk ik uit naar die twee weken ‘rust’, maar elke marathonloper weet ook dat over een weekje ik in de taperinghel zal beland zijn en dus niet te genieten zal zijn. Toch leuk hé, dat marathonlopen…

taperingrunner

Advertenties

plakken

Ik zit nu volop in de taperingsfase en ik moet eerlijk toegeven: momenteel vergaat me dat enorm goed. Ik geniet van de rust en van het feit dat het lopen eens niet MOET maar gewoon MAG, zij het niet al te lang. Mijn spieren, pezen en gewrichten hebben er ook overduidelijk deugd van. Alle pijntjes zijn verdwenen, de vermoeidheid uit mijn lijf gejaagd. Dat merkte ik gisteren en vandaag bij het lopen. Twee korte toertjes (8,5 km en 7 km) en dat liep echt gesmeerd. Nou ja, niet supergesmeerd want het blarenprobleem is nog niet over.

Mijn rechtervoet aanvaardt de nieuwe steunzolen precies nog niet zo goed. Ik had dinsdag een compeed geplakt, beetje preventief eigenlijk, want de blaar van zondag was wel zo goed als volledig genezen.
Slecht idee bleek al snel. Die compeed ging mee op de loop tijdens het trainen en gleed dus weg door het zweten. Gevolg was dat die compeed zelf weer een nieuwe blaar veroorzaakte. Ai. ‘k Heb de training gewoon voortgezet, maar zo op een blaar lopen is toch echt niet aangenaam.

Diezelfde avond zocht ik op het www wat info op over hoe nu een blaar te behandelen en wat te doen als je er toch mee wil verder lopen. Op de website van Op Pad (tijdschrift) vond ik een educatief filmpje met taping-instructies. Vanmorgen heb ik dat dus zelf eens geprobeerd en dat lukte heel goed. Had eerst weer een compeed geplakt (omdat er dus nog altijd een ferme blaar op m’n voet zat) en daar dan hansaplast-tape in laagjes overheen geplakt om die compeed goed op zijn plaats te houden. Daar dan wat talkpoeder over (om evt. zweet op te slorpen) en dan kousen en schoenen natuurlijk. Het werkte echt. Geen noemenswaardige last onderweg gehad (qua branderige pijn bedoel ik dan) en heel de constructie is goed blijven zitten. Achteraf een fotootje genomen, zo zag het er dus uit (en alles plakte nog goed vast). Enige nadeel: heel die boel er weer afhalen, kietelen dat dat deed aan mijn voetzool!

20140618_103005

 

De komende trainingen ga ik voor alle veiligheid maar weer intapen, tot de blaar volledig genezen is. Ik hoop toch dat het tegen 29 juni volledig genezen is, zodat ik niet hoef te tapen. Geen idee of zo’n constructie 9u lang stand houdt…

Taperen (spreek uit: téé-pe-ren)

Nog een dikke week te gaan voor de marathon en ik ben dus volop aan het taperen. Het aantal kilometers per week serieus aan het terugschroeven dus en volgende week komt daar dan nog het “carboloaden” bij.

Nochtans kan voor een beginnende marathonloper het idee van taperen misschien wel vreemd lijken. Want je buikgevoel zegt je precies toch wel dat je best zo veel mogelijk blijft trainen, om geen conditieverlies te lijden? Er zijn zo van die mensen die inderdaad hard blijven trainen tot quasi de dag voor de marathon, puur uit schrik dat ze anders niet fit genoeg gaan blijven tot M-day. Helaas hebben ze het bij het verkeerde eind: het is net in de laatste 2 à 3 weken dat rust ervoor zorgt dat je sterker wordt. In die korte periode lijdt je niet aan conditieverlies. Diverse studies toonden aan dat je aerobische vermogen niet afneemt tijdens het taperen. Het aantal spiercellen, enzymen, antioxidanten en hormonen, die allemaal tot een dieptepunt zaken tijdens de zwaarste trainingsweken, bereiken terug hun optimale peil dankzij het taperen. Ook spierschade, door lange trainingen, herstelt weer in die periode. Bovendien vaart je immuunsysteem er wel bij en worden je spieren dankzij de relatieve rust weer sterker.
Maar het grootste voordeel: je wordt eigenlijk beter (lees: sneller) dankzij het taperen. Onderzoek toonde aan dat je gemiddeld zo’n 3% conditievoordeel kan opdoen. Op een marathon betekent dit 5 tot 10 minuten sneller aan de finish staan!
(bron: Runners World en Medicine & Science in Sports & Exercise).

Met andere woorden: tijd om lekker te chillen! Jiehaa! En eerlijk gezegd: ‘k heb het nodig. Het is moordend druk op het werk. Met moeite vond ik woensdag en vandaag (vrijdag) wel een moment om tijdens de middag te gaan lopen. Het werden twee heerlijk relaxte loopjes van telkens een uurtje. Zalig als de druk zo van de ketel is eigenlijk. Zondag nog 1,5 uur op ’t gemakske, wat een verschil met vorige week.

En wat is nu dat carboloaden?

De meesten weten wel dat we koolhydraten nodig hebben, om een lange periode te kunnen lopen. ’t Is dankzij de koolhydraten dat we hopelijk de man met de hamer niet tegen het lijf lopen.Een aantal loopvrienden pakken dit heel drastisch aan. Eerst enkele dagen koolhydraten schrappen uit hun menu en zo veel mogelijk eiwitten eten, om dan drie dagen lang puur koolhydraten te “stapelen”, het zogenaamde carboloaden. Doordat je eerst die koolhydraten weerde, zou je lichaam als het ware een spons worden die daarna massaal alle koolhydraten opstapelt.
Ik doe dat dus niet. Tenminste, dat eerste deel niet. Omdat ik er niet in geloof. En omdat toch nog een beetje plezant moet blijven (+ ik eet veel te graag) en ik niet de ambitie heb om een marathon te winnen. Dus op vlak van voeding wijzig ik eigenlijk weinig.

Maar ik doe wel aan koolhydraten stapelen. Op een simpele manier. Bij mijn vorige 5 marathons (de laatste in 2008) en de Dodentocht kocht ik me telkens een bus “Carbolode” van Leppin. Pure koolhydraten, in poedervorm, te vermengen met water. Bij geen enkele van die marathons, noch de Dodentocht, ben ik de man met de hamer tegengekomen. Dat goedje helpt 🙂 Heb me alvast een nieuwe bus in huis gehaald.
Vanaf woensdag zien ze me op het werk dus verschijnen met een liter van dat spul. Drie dagen lang moet ik verspreid over de dag een fles van 1 liter leegdrinken. Ondertussen zwel ik meer en meer op van al die koolhydraten die zich nestelen in mijn lijfje. Maar geen nood, zaterdag na de marathon is dat er allemaal weer afgelopen 🙂 Hopelijk blijkt het ook deze keer een wondermiddel te zijn.