Kustmarathon Zeeland – 10e marathon is binnen

Dan houd ik eens een sabbatjaar op loopvlak, loop ik toch een marathon. De aard van het beestje zeker. Ik had er sinds de Mont Blanc Marathon in 2014 al twee pogingen opzitten om m’n 10e marathon te lopen. Telkens met een ‘Did not finish’ achter mijn naam. Kampenhout – eind 2014 – moest ik opgeven na zo’n 30 km wegens onoverkomelijke maagproblemen. En de Kustmarathon van Zeeland vorig jaar liet me zelfs ietwat getraumatiseerd achter, toen ik na 36 km noodgedwongen moest stoppen met een niercrisis door uitdroging (ook veroorzaakt door maagproblemen). Die Kustmarathon toen was trouwens de reden voor het inlassen van mijn ‘sabbatjaar’ waarbij ik alleen nog maar dingen zou doen ‘op het gevoel’, als lichaam en geest er allebei zin in hebben.

Last-minute beslissing

Toen eind augustus Jacqueline haar startnummer voor Zeeland aanbood wegens blessure, zei mijn buikgevoel me dat ik ervoor moest gaan. De looptrainingen gingen al een paar weken goed en ik had de Sint Pietersbear Trail op m’n planning net 2 weken voor de Kustmarathon. Toch ook heel snel even de mening van Coach Tiny gevraagd, die groen licht gaf. Ik moest er enkel mee rekening houden dat mijn voorbereiding minimaal zou zijn en dat ik die marathon dus best als een lange training beschouw.

De Sint Pietersbear Trail op 18 september werd dus van hoofddoel van het jaar gedegradeerd tot ultieme voorbereiding voor de marathon. Die dag met de rem opgelopen en gelukkig was ik na 2 dagen ook weer helemaal hersteld van de trail. En dan mocht ik ineens al gaan taperen voor de marathon. Nog nooit zo’n relaxte marathonvoorbereiding gehad en ik denk ook niet dat ik ooit al zo uitgerust aan de start van een marathon stond.

Doel = finishen

Gisteren was het dan al zo ver. Voor de start nog uitgebreid kunnen bijpraten met Tiny en om 12u vol vertrouwen gestart. Het plan was om minstens tot aan Vrouwenpolder (19 km) aan een hartslag onder de 150 te lopen, rustig duurtempo dus (normaal zit mijn hartslag dan onder de 140, maar wedstrijdspanning geeft automatisch een hogere hartslag). Zo gezegd zo gedaan. Enkel het eerste stukje strand aan Westenschouwen gaf even een stevige verhoging, mul zand is mijn ding niet.

img_1210
op het strand in Westenschouwen

Daarna even de ‘saaie’ 10 km over de afsluitdijk, niet zo boeiend qua parcours maar wel ideaal om aan een gecontroleerde hartslag te lopen. Toen we aan km 19 in Vrouwenpolder het lange stuk strand opliepen, zat ik in ieder geval nog superfit en genoot ik volop.

Maar dan kwam dat strand hé. Ik switchte de muziek op m’n iphone van ‘rock favorites’ naar een live album van ‘Metallica’, het leek me de ideale soundtrack voor de hel waar ik plots in belandde. Het was springtij en net op het moment dat ik er arriveerde stond het water op zijn hoogtepunt. Er was geen meter beloopbaar en dat 7 km aan een stuk. Het was kiezen tussen enkeldiep wegzakken in het zand of gewoon door het water baggeren. Ik maakte een mix van de twee, maar heb op dat stuk zeker 30 minuten verloren. Jammer, maar ach…het was ook wel lachen hoor. Uiteindelijk had iedereen om mij heen evenveel problemen, liep iedereen te vloeken en te sukkelen. Sommigen trokken schoenen en kousen uit en gingen op hun blote voeten voort. Ik ben al wel natte voeten gewoon van op trails, dus maakte me op dat vlak niet zo veel zorgen. Tegen dat ik van het strand afging had ik wel een kilo zand bij in mijn schoenen steken, maar op de grond gaan zitten, schoenen uittrekken en uitschudden en dan weer aandoen…nee, dat zag ik niet zo zitten. Gewoon voortgaan dus.

M’n spieren hadden stevige klappen gekregen van dat gebagger op het strand en dat voelde ik wel. Vanaf Oostkappelle beginnen dan de duinpaden, met veel hellingen uiteraard. Het mooiste stuk van de marathon. Ik kon tot mijn grote verbazing zonder veel moeite de hellingen op en stak de ene na de andere loper al voorbij. Wow. Natuurlijk kreeg ik weer vleugeltjes en in Domburg, na zo’n 31 km stuwde het publiek me ook weer vooruit. De trappen in Domburg moest ik uiteraard wel stappen en na een km of 35 begonnen mijn benen toch stevig te protesteren. Het gebrek aan training moet zich op een bepaald moment toch eens laten voelen natuurlijk. Conditioneel voelde ik me prima en helemaal niet moe (zelfs m’n hartslag bleef al die tijd vrij goed onder controle), maar m’n benen gaven het na zo’n 37 km quasi helemaal op. Vanaf dan de scherpste hellingen gewoon opgewandeld maar de rest van de tijd toch rustig blijven joggen en de laatste 500 m, met de finish in zicht, kon ik er zowaar nog een sprintje uithalen.

Ik was nog net binnen de 5 uur binnen. Geen toptijd, maar daar zit het springtij toch wel voor iets tussen met een vertraging van zowat 30 minuten. Belangrijkste was die finish halen, tijd was van geen belang.
Na vorig jaar had ik een stevig eitje te pellen met Zeeland en dat is gelukt. En reken maar dat ik volop genoten heb!

img_1212

 

Advertenties

zand vreten

Ik had het zelf nog niet echt in de gaten, maar een blik op de kalender vanmorgen drukte me met m’n neus op de feiten: over een dikke week staat er weer een trail gepland! De Trail by the Sea SD (short distance) belooft een mooike te worden, zei het met niet superveel hoogtemeters. 20 km, waarvan een deeltje op het strand…zand vreten dus, niet mijn favoriete ondergrond, geef mij maar ruwe single tracks door de bossen. Net om die reden koos ik dit voorjaar niet voor de echte Trail by The Sea. Die is bijna 40 km lang en gaat voor een heel groot stuk over het strand. De Short Distance sprak me dan direct heel wat meer aan. Deze wordt gelopen in de achterliggende bossen van Westenschouwen, vlakbij het strand van Renesse. Bossen!! Aaah, da’s meer mijn ding se.

Ik start uiteraard zonder enige ambitie, of ja…toch wel! Gewoon genieten, lekker sjokken over het zand en de paadjes in het bos, beetje kletsen, en ondertussen weer wat kilometerkes trainen. Loopbuddy Dave doet ook mee, met z’n tweetjes de kleuren verdedigen (voor de laatste plaats dan of zo) van het Running-on-Trails Team 🙂

Qua voorbereiding voor de afstand van 20 km hoef ik me niet zo’n zorgen te maken. Zondag staat er nog een duurloop van een dikke 15 km gepland. Gisteren deed ik een pittige wisselloop (tempoloop met 6 x 2 min tegen zo’n 12 km/u), goed voor bijna 11 km in zo’n 57 min. Morgen komt daar nog eens een uurtje tempoloop bij. Die leuke afwisselende trainingen helpen alleszins bij het aftellen, de tijd gaat lekker snel voorbij zo!

bron: http://www.sportpromotionzeeland.nl/index.php/nl/trail-by-the-sea-short-distance
bron: http://www.sportpromotionzeeland.nl/index.php/nl/trail-by-the-sea-short-distance en http://www.trail-running.nl/

 

 

een beetje herstellen

Dit berichtje gaat dus niet over de verkiezingen. Ah neen, daar wordt al genoeg over geschreven. En ik heb vrienden in zowel het (ultra)linkse als het meer rechtse kamp en kom met iedereen overeen. Dus ik ga er niet over uitweiden. Laat ik dus maar gewoon wat vertellen over hoe het met m’n herstel vergaat na de marathon van vorige week.

Eigenlijk verloopt dat herstel supervlotjes. Misschien dat de massage van zondag er voor iets tussenzat? We verbleven in een bungalowpark met een wellnesscenter er pal naastgeplakt (eigenlijk boven het overdekte zwembad dat bij het park hoorde). Dus zondag strompelde ik daar even binnen en kon een half uurtje later al op de tafel gaan liggen bij topmasseur Wim. Die nam vakkundig mijn benen onder handen en nadien kon ik toch al iets vlotter de trap weer af.
Ik wachtte toch wel braaf tot dinsdag om weer even mijn loopschoenen aan te trekken voor een half uurtje trappelen. Nog steeds aan de Zeelandse kust en dan is het nogal moeilijk om niet terug op het parcours van de marathon te belanden. Eerst een stukje langs het fietspad richting Westkapelle om na een kilometer het duinenpad op te draaien (en toch effe al wandelend naar boven te klimmen) en dan via de duinen richting Domburg te trekken. Aan de fameuze trappen koos ik dan toch maar het pad dat rondom die berg loopt 🙂 Dan Domburg-dorp ingelopen en via wat achterafweggetjes weer naar het bungalowpark. Dat eerste loopje duurde een half uurtje en ik legde amper 4,4 km af. Het ging in het begin vrij moeizaam, maar na 20 minuutjes waren m’n spieren helemaal los en ging het vlot. Het voordeel van “actief herstellen”. Nadien voelt alles zo veel beter aan.

Donderdag deed ik het nog eens over. Ditmaal de volle 5 km in zo’n 31 minuten, dus al stukken vlotter. M’n hartslag ging amper over de 130, een teken dat het herstel wel goed begint te zitten.

Vandaag mocht het dan al een beetje langer. Nou ja, geen uren natuurlijk. Tiny schreef een laatste herstelloop voor, maar van 45 minuten dan. Het werden 52 minuten (8,4 km) en dat mocht gerust nog wat langer wezen 🙂 Hartslag hing ook weer rond de 130, dus ikke dik tevreden.

Vanaf volgende week gaat het weer terug wat in stijgende lijn richting m’n eerste doel op 3 november. De goesting is er om die dag eens compleet voluit te gaan op de 10 km. Ik kan toch alleszins eens proberen om eindelijk onder die 50 minuten te geraken hé. Hopelijk kan ik die motivatie houden tot de dag daadwerkelijk daar is. Maar eerst nu de komende dagen een griepje afweren, want sinds deze namiddag ben ik wat koortsig. En dat vlak voor ik terug aan het werk moet, dus misschien is ’t gewoon een werk-allergie 😉

over tourist traps en zo

Nog twee daagjes en ons vakantietje in Zeeland zit er alweer op. ’t Is zeker niet de eerste keer dat we in Zeeland verblijven, integendeel. We hebben al eerder verbleven in Zoutelande, in Renesse en in Port Zelande (niet ver van Burgh-Haamstede). Het is wel de eerste keer dat we er verblijven met een peuter die af en toe wat entertainment vraagt. Dat vind je in een vakantiepark gelukkig al wel onder de vorm van een zwembad en binnen- en buitenspeeltuin. Maar afwisseling doet wel eens deugd. Dus bekeken we het foldertje dat hier aan de receptie lag, met de “leukste dagtrips in Zeeland” en kozen er twee dingen uit die voor onze Seppe misschien ook wel eens tof zouden kunnen zijn.

Het eerste uitje deden we gisteren en ging naar Vlissingen. Daar heb je “Het Arsenaal” dat zichzelf verkoopt als “piratenpark en zeeaquarium”. Gezien onze Seppe compleet gek is van Piet Piraat en minstens 10 x per dag op zijn eigen wijze het liedje loopt te zingen, dachten we dat een bezoekje aan de piraten hem wel zou aanstaan. Het uitje begon al een beetje in mineur: parkeerplaats vlakbij vonden we wel, maar is toch niet echt rijkelijk voorzien. En we sloegen steil achterover van de parkeerkost: 1,80 euro per uur en dan wel op voorhand met muntjes te betalen (dus gokken hoe lang je daar nu gaat rondhangen en zo). Uiteindelijk 7,5 euro ingestoken (en natuurlijk helemaal niet zo lang daar gebleven…). Soit, binnen werden we verwelkomd met de muziek uit de Pirates of the Caribbean-films. En daar mochten we dan de tweede keer dokken: maar liefst 14,5 euro per persoon! Jawadde. Gelukkig kon onze Seppe nog gratis binnen. Nu, voor die 14,5 euro werd ons wel héél véél beloofd: allerhande spannende attracties en zo. En veeeeeel vissen. En haaien, en roggen om te aaien en zo. Allé dan. Maar wat werd dat dus een teleurstelling. Het zeeaquarium is echt petieterig klein. Zeker als je Aquatopia, of zelfs het aquarium in de Zoo van Antwerpen al hebt gezien. De roggen waren wel tof, maar dat was het dan ook. En de haaien waren van die mini-exemplaartjes die niet echt veel angst inboezemden.
Wat onze Seppe wel angst inboezemde was de hele setting van het geheel. De muziek, de (mega-nep)decors en de kitscherige beelden van de piraten die er overal stonden. Het stond dat kleine ventje echt niet aan. Alles oogde donker en claustrofobisch en hij werd angstiger met de minuut. Voor ons als volwassenen begonnen we snel door te krijgen dat we in een mega-tourist trap waren terechtgekomen. Er was eigenlijk maar één attractie en dat was de schipbreuk-simulator. We zijn er niet ingeweest, want onze Seppe mocht er niet in. En het leek ons niet zo’n goed idee om er zelf in te gaan: van buitenaf zagen we zo al dat het opzet van de attractie was je zo misselijk mogelijk er weer uit te krijgen. Nee dank u. Voor de rest was er dus echt niks te zien, buiten dus wat beelden en attributen en een (slecht) nagemaakt interieur van een piratenschip. En een binnenspeeltuintje waar onze Seppe ook nog niet op mocht.

Seppe niet zo blij in Het Arsenaal

Dan toch één positieve noot: het kraaiennest was dan weer wel tof. Maar heeft op zich niets met dat piratengedoe te maken. Het is een grote hoge uitkijktoren met panoramisch zicht over de omgeving. Tja, da’s leuk natuurlijk. Vooral omdat het helder weer was en we dus lekker ver konden zien 🙂

Conclusie: het Arsenaal is 14,5 euro per persoon weggesmeten geld.

Gelukkig is Vlissingen op zich dan best wel eens leuk om wat rond te hangen en te shoppen en dat hebben we dan ook gedaan. En onze Seppe was gelukkig snel over het trauma van het Arsenaal heen, zeker nadat we hem een puzzel van Bob de Bouwer hadden cadeau gedaan 🙂

Ondanks de ervaring van gisteren, namen we toch datzelfde folderke even bij de hand voor een volgende uitstap. We kozen nu Utropia, in Middelburg. Middelburg is een superleuk stadje, waar we dit verlof al twee keer waren gepasseerd. Maar Utropia ligt net buiten het stadscentrum en was dus tot nu toe aan onze aandacht ontsnapt. Terecht zo bleek…Het belooft nochtans ook veel leuks, m.n. een tropische vogel- en plantentuin met heel wat losvliegende vogels en zo. De website oogde alleszins veelbelovend. Jaja, hier zouden we wel wat te zien krijgen!
Dankzij de GPS vonden we the place to be. Eerst dachten we dat onze GPS-dame zich toch vergist had. We stopten namelijk bij een grauwe bouwvallig uitziende hangar. Maar er hing wel een groot spandoek met Utropia en er was een parkeerplaats voor wel 6 (!) auto’s voorzien, dus ja…dit moest het wel zijn. We waren toch nog even aan het twijfelen…zouden we? Ach ja, we waren er nu toch. Gelukkig viel de inkomprijs hier iets beter mee dan in Vlissingen: 7 euro per persoon. En onze Seppe mocht weer gratis binnen. Eenmaal binnen zagen we wel vogels en papegaaien. Maar het geheel oogde zo troosteloos dat we liefst eigenlijk weer zo snel mogelijk naar buiten wilden. Maar allé, we beten door. Oké, wat kooien met papegaaien en zo, een paar vogeltjes die rondvlogen en een waterbassin met heel veel vissen. Er was ook een klein bassintje met van die vissetjes die dode huidcellen opeten en daar mochten we dan onze hand eens insteken. Oké, dat was even leuk. En voor onze Seppe was het best wel tof, maar die vond vooral het springkasteel dat in een donker hokje stond geprakt het tofste van al…

een nogal triestig-uitziend Utropia

Conclusie: neen, niets spectaculairs of uitnodigend aan, aan Utropia. Het geheel voelt zo benauwd, bouwvallig en slecht onderhouden aan, dat je medelijden krijgt met al die beesten die er zitten. De planten ogen slecht verzorgd, het was er vuil. De vloeren lagen er echt smerig bij, alsof er al weken niet met een borstel en dweil overheen was gegaan…Jammer, want er is best wel wat van te maken, lijkt me.
Bizar vond ik dan wel het winkeltje aan Utropia, met boeddhabeelden en wierrook en zo. Wat kwam dat er nou bij doen? Heel raar.

Maar allé, vanuit Middelburg ben je direct overal, zo ook in Nieuwdorp. Een mini-gehuchtje waar ook een wijnboer zit die een superschattig winkeltje heeft met vooral zijn eigen brouwsels. Daar dus wat gaan inslaan, voornamelijk cadeautjes. En gaan lunchen in het schattigste restaurant dat we tot nu toe al tegenkwamen, in het dorpje ’s Heerenhoek. We werden er verwelkomd door een echt Zeeuws meisje en ik kreeg er een maaltijdsalade geserveerd voor 9 euro, maar ik kon er wel een week aan blijven eten…gigantisch 🙂

Morgen spelen we dus maar op safe en gaan we naar Veere. Daar zijn we al geweest en we weten dus dat het daar gewoon lekker gezellig is 🙂 Misschien laten we ons wel vangen voor een boottochtje, maar ach…wat kan daar nou mee mislopen? 😉